Nanowrimo en een nieuw woord. Voor mij in elk geval.

Ja, daar ben ik weer. Het is even geleden en dat heeft een reden.

Denk nou niet dat dit hele ding in dichtvorm gaat, al is het de Sint die straks voor de deuren staat.

Nanowrimo.

Met Nano gaat het goed. Kobie, het Nederlandse verhaal, loopt lekker door en ook voor op het Engelse verhaal. Ook dat heeft een reden. Een andere dan die hierboven. Die van hierboven is nanowrimo; ik kan tenslotte niet alles tegelijk schrijven. Bij Kobie kan ik lekker freewheelen (vrijwielen in goed Nederlands) op de heksentoer. Leuk, leuk, al zitten er ook scherpe kantjes aan het verhaal. Voorzichtig het boek vasthouden dus, je bent gewaarschuwd.

Nieuw woord geleerd vandaag!

Ik was heel druk aan het schrijven (oké, even op Twitter aan het kijken) toen opeens het woord rattentaxi voorbij kwam. Wat? Even opzoeken dus.

rattentaxi

Wat blijkt dat te zijn: een gelegenheid verlaten zonder afscheid te nemen. Dat doe je b.v. als je niet wilt dat mensen in de gaten hebben dat je gaat omdat het anders lastig wordt, of omdat je het niet leuk vindt daar en met de stille trom (in dit geval taxi) wilt verdwijnen.

Zeg maar eens dat je hier nooit wat leert!

Schrijven in het Nederlands

Beste lezer,

Het is voor mij nog steeds een bijzonder gevoel om in het Nederlands te schrijven. Ik had meer dan 30 boeken in het Engels op mijn naam staan voor ik voor het eerst iets in het Nederlands durfde te beginnen, en dat kwam door een vriendin die wilde leren schrijven.

Omdat voor haar Nederlands het makkelijkste was zijn we daar dus mee begonnen. Uit die tijdelijke samenwerking ontstond het allereerste begin van het boek “Gezocht: held“.

De basis die ik voor het samenwerkingsverhaal in mijn hoofd had lag er en al met al is het een goed boek geworden. Ik durf dat als schrijver rustig te zeggen, zo brutaal ben ik tenslotte wel. 🙂

En nu is daar dus het nieuwe fantasy-verhaal dat me een paar weken geleden opeens te binnen schoot. Het ‘loopt’ op dit moment als een trein, ik zit al dik over de 100 pagina’s en het is spannend aan het worden.

Wat me de laatste weken opgevallen is dat ik meer met onze taal aan het spelen ben gegaan. In het verhaal komen bijzondere en bizarre wezens uit een ‘Schaduwwereld’ aan bod, en de namen die daarvoor naar boven komen vind ik soms geweldig!

Ik moet bekennen de de Grafspin die momenteel in het verhaal voorkomt een van de mindere goden is. Die ga ik denk ik nog eens hernoemen, maar dat komt nog wel. En de Yerenieten krijgen misschien ook een andere naam, maar ook dat is van later zorg. De moderne wonderen van zoeken en vervangen zijn wat dat betreft een zegen voor de tekstmaker van vandaag.

Dit verhaal geeft me voor mijn gevoel veel meer vrijheid dan bijvoorbeeld ‘In de ban van de stier‘. In dat boek wilde ik zoveel mogelijk feiten gebruiken, dus ging er heel veel tijd in onderzoek zitten.

Voor het nieuwe fantasy-verhaal (waar ik nog geen echte titel voor heb, ik noem het voorlopig maar ‘Molens’) kan ik niet veel onderzoeken tenzij het om molens gaat. Die komen tenslotte vaak terug in het verhaal.

Het is trouwens ongelofelijk zoveel verschillende soorten molens er zijn in Nederland.

Ik ga maar weer eens aan het ‘werk’.

Tot ziens!

Taalstrijd

Beste lezer,

engels nederlandsZoals u mogelijk weet schrijf ik in twee talen. Engels en Nederlands. Meestal niet tegelijkertijd, maar soms gebeurt dat. Nu (en ik bedoel niet nu op dit moment, maar de laatste tijd en nog steeds) doe ik dat dus. Ik schrijf in het Engels en in het Nederlands tegelijk. Dat komt door het vervolg op ‘Gezocht: held‘. Ja, er komt een vervolg. Ik heb de basistekst hiervoor vorig jaar geschreven, in November. De maand van Nanowrimo. En nu schrijf ik die tekst opnieuw in het Nederlands. En nee, het is niet vertalen. Het is echt de tekst opnieuwe schrijven, vanwege de verschillen tussen de twee talen.

Woordgrappen, dubbele betekenissen, uitdrukking, dat zijn allemaal taalonderdelen die je niet zomaar even vertaalt. Je schrijft ze echt opnieuw. Dit betekent ook dat ik veel Engelse tekst ook opnieuw schrijf.

Vraag van een denkbeeldige lezer: hoe zit dat dan? Je had dat Engels toch al geschreven?

Antwoord van de schrijver: ja, dat klopt. Ik schreef eerst het Engels. Dan schrijf ik dezelfde zin of alinea in het Nederlands waardoor ik moet nadenken over de structuur van die zin om de woorden in de Nederlands grammatica, spelling en stijl te krijgen. Soms pakt die zin beter uit dan zijn Engelse origineel waardoor ik die dan ook weer aanpas om ‘m beter te maken. En voila (dat is Frans en betekent kijk daar, nu we toch in de talen zitten), het Engels is herschreven.

Dit blijkt een geweldige manier te zijn om een verhaal in het Nederlands om te schrijven. Ik denk na over het Engels origineel en daardoor kan ik beide versies een paar keer veranderen voordat het precies goed is. Dat neemt nogal wat tijd in beslag, maar uiteindelijk is het resultaat er ook naar.

 

Vroeger las je gewoon een boek…

Beste lezer.

Ja, vroeger. Ouwe knakker aan het woord denk je waarschijnlijk en dan heb je nog gelijk ook.

Vroeg las je gewoon een boek. Toen was het niet zo makkelijk om boeken te publiceren en werd er nog heel wat aandacht aan een uitgave besteedt.

Tegenwoordig is het anders. Iedereen geeft boeken uit, self-publishing maakt dat heel eenvoudig, en dat merk je dan ook.

Momenteel ben ik een (Engels) boek aan het lezen wat als idee hartstikke geweldig is. (Voor mij in elk geval.) Het is echter wel een hele kluif om het verhaal te lezen want het is volgens mij totaal niet door een ander gecontroleerd op fouten, stommiteiten en andere zaken. Gelukkig heb ik dit nog niet vaak meegemaakt omdat ik probeer mijn boeken goed te kiezen, maar soms gaat het mis. Dan krijg ik weer een goedbedoelde uitgave in handen met het verzoek om het eens te lezen en te laten weten wat ik ervan vind.

Ik ben er wat kieskeuriger in aan het worden. Boeken krijgen is natuurlijk hartstikke leuk maar als die je plezier in het lezen vergallen is het niet zo geweldig, vooral als je een beetje van taal houdt. Gelukkig zijn er nog heel wat boeken die wel goed voor elkaar zijn. Lekker doorlezen dus!

(Dit artikel verscheen ook op dizzie.nl.)

 

Nederlandse ballast

Beste bezoeker,

Evolutie_Nederlandse_taal

Wist u dat Nederlands de taal is met de meeste ballast? Volgens een proefschrift van taalwetenschapper Sterre Leufkens is het Nederlands vergeven van de onzinnige dingen, zoals de verschillende lidwoorden (de en het). Het interessante in haar onderzoek van 22 talen is vind ik dat ze het Nederlands vergeleken heeft met talen als (en ik citeer) het Bantawa, het Bininj Gun-Wok, het Egyptisch-Arabisch, het Samoaans, het Sandawe, het Kharia, het Khwarshi, het Kayardild, het Teiwa, het Tidore, het Sheko en het Sochiapan Chinantec.

Egyptisch-Arabisch en Samoaans kan ik nog wel thuisbrengen. De rest zegt me helaas niet zo vreselijk veel. Als ze het dan toch ver had willen zoeken had ze het Nederlands van mij ook mogen vergelijken met het Klingon (de kunstmatig gemaakte taal uit Star Trek), het Elfs (uit de beroemde boeken van Tolkien) en het Na’vi (dat gemaakt werd voor de film Avatar). Maar ja, da’s misschien wat ver van huis.

Ze zegt dat ze met opzet deze ver-van-huis talen heeft gekozen om te laten zien wat er mogelijk is met taal.

Nederlanders zeggen: ‘Er loopt een hond door de straat.’ Efficiënt is: ‘Een hond loopt door de straat.’ ‘Er’ is, stelt Leufkens, een ‘leeg element’, net als ‘het’ in ‘het sneeuwt’. ‘Het’ betekent daarin niets. Transparant is: ‘Sneeuw valt.’

Leuk gevonden, maar de ‘er’ en de ‘het’ zijn mijns inziens toch wel belangrijk. ‘Er’ is een afkorting van ‘daar’ (hetgeen een lokatie aangeeft). Een hond loopt door de straat zegt niets over de plek; een hond loopt tenslotte wel vaker door een of andere straat. Dat het sneeuwt zal wel wezen, het weer dat dit veroorzaakt is tenslotte geen hij of zij. Dit zal wel een kwestie van wennen zijn, van taalontwikkeling en (zoals ze stelt) het feit dat niet veel mensen het Nederlands als tweede taal hebben. Dat zou vanzelf een vereenvoudiging veroorzaken zoals al lang geleden met het Engels is gebeurd. (Apart dat hier wel Engels ter sprake komt, en dat terwijl veel Engelsen steen en been klagen over de puinhoop die hun taal eigenlijk is omdat er 1001 niet-Engelse invloeden op los zijn gelaten.)

Uiteraard moet men dit soort proefschriften niet zo serieus nemen als ik hier zojuist gedaan heb. Het gaat bij zoiets denk ik meer over de stelling en hoe zoiets verdedigd wordt dan over een echt fenomeen in de taal. Taal is niet alleen een zaak van efficiency maar ook van cultuur. Een cultuur waarin het sneeuwt en waarin ook sneeuw valt (ten opzichte van sneeuw die omhoog vliegt of zoiets). Een cultuur waar hier, daar of ergens anders een hond door de straat loopt. Een dusdanige vergelijking met het Duits, Frans of Engels zou redelijk spaak lopen omdat die talen tenslotte ook vergeven zijn van eenzelfde soort ballast. Het regent in die talen als es regnetit’s raining, il pleut. Dat die regen valt en niet opstijgt is daar al duidelijk

Ik vind dit gewoon leuk om te doen. Of om het efficienter te zeggen: leuk te doen voor mij.

Schrijven in het nederlands

VlagBeste lezer,

Dit artikeltje gaat er in het begin raar uitzien, denk ik.

Schrijven in het nederlands. Het gaat me voor mijn gevoel steeds beter af. Ja, gekke uitspraak voor iemand met nederlands als moedertaal, maar vergeet niet dat ik op dit moment al zo’n 30 boeken in het engels heb geschreven en pas 3 in het nederlands. Dat brengt een bepaalde manier van schrijven en denken met zich mee als ik aan het schrijven ben. In het begin was de omschakeling van engels naar nederlands bepaald niet makkelijk. Zinsbouw, structuur en ook de vorm van grappen is heel anders. Woordspelingen vragen opnieuw aandacht, want iets dat in het engels werkt is meestal in het nederlands niet eens begrijpelijk.

schrijvenMaar zoals bij alles in het leven geldt ook hier: oefening baart kunst. Ik ben momenteel met 3 andere boeken in het nederlands bezig. Het ene krijgt wat meer aandacht dan het andere omdat een mens nou eenmaal wat prioriteiten moet stellen. Ook heeft de beschikbare tijd hiermee te maken, uiteraard. Ik ben in elk geval verheugd om te kunnen melden dat het schrijven in het nederlands steeds beter gaat en ik voel me er ook heel erg thuis in, en zo hoort dat ook. Het engels als taal heeft heel veel mogelijkheden (anders zou ik daar geen 30 boeken in hebben kunnen voltooien) maar het nederlands biedt me voor mijn gevoel toch meer nuances om me in uit te drukken. Nuances die in het engels ook bestaan maar waar ik in het nederlands niet zo naar hoef te zoeken. En dat is heel prettig. Alsof het nederlands zegt: “welkom thuis.”

Wel? Of niet?

Beste lezer,

Het is me opgevallen dat er in de hedendaagse taal heel wat negativiteit zit verwerkt. Er zijn maar weinig mensen dat in de gaten gaten hebben, de meesten vinden hun taal op zich niet onaardig. Kijk, daar is er een. ‘Niet onaardig’. Waarom is het zo moeilijk om ‘wel aardig’ te zeggen? Zijn we bang geworden om positief te zijn?

Een ander voorbeeld waar ik regelmatig over struikel is een andere vorm van niet: “Heb jij daar niet gewerkt?” Wat antwoord je in zo’n geval als je er wel hebt gewerkt? Zeg je ‘ja’ of zeg je ‘nee’? ‘Ja’ zou betekenen ‘ik heb er niet gewerkt’. ‘Nee’ betekent in dat geval ‘nee, ik heb er niet niet gewerkt’ (dus wel gewerkt).

Misschien is dit een verbazend iets om tegen te komen in een blog-artikel van een schrijver, maar schrijvers zijn nou net de mensen die met woorden schermen om dingen duidelijk te maken, om verhalen te vertellen en ideeën over te brengen. En de juiste woorden kiezen, is dat dan niet belangrijk? 😉 (Natuurlijk wel!)