Zonnewereld.

Zonnewereld, Schaduwwereld

Zonnewereld. De nieuwe fantasy.

Het gaat goed vooruit met de correcties. Inmiddels ben ik gebied tot nog maar 5 hoofdstukken om te bewerken.

Omdat ik dit van achteren naar voren doe wordt het wel steeds meer werk, dus gaat het steeds langzamer.

Hoe kan dat?

Toen ik aan dit verhaal begon had ik maar een oppervlakkig is wat er zou gebeuren. Naarmate het verhaal groeide, groeiden ook de spelers, kregen ze meer diepte. Dat is wat het begin mist en dat ben ik er nu in aan het brengen.

Op die manier ontdek ik ook steeds meer ‘foutjes’ in de oorspronkelijke personen, eigenschappen en trekjes die zich in de loop van het schrijven pas openbaarden en dat moet dus allemaal aangepast worden “aan de latere feiten”, zogezegd. Het is veel werk maar het is ontzettend de moeite waard. Het boek wordt daardoor telkens beter.

Het duurt nog wel even voor het boek helemaal klaar is, ik moet nog een hoop aan de tekst doen – en ook aan de omslag. Het idee daarvoor ligt er maar het echte maken is ook weer een hoop werk. Maar dat komt goed.

Ogen van Gerda

Komt dat zien!

Het einde van een bewogen jaar

Beste lezer,

2016 – 2017

Nu 2016 klaar staat om met de kop-en-kontgreep weg te worden gesmeten om plaats te maken voor 2017, moet ik toch even nadenken over de afgelopen reis om de zon.

Een jaartje slimmer (want op een bepaald moment houd je gewoon op ouder te worden), een hoop boeken rijker (geschreven en zeker gelezen), en op veel fronten veel meegemaakt en geleerd.

Schrijven

Veel werk ging zitten in het nieuwe kinderboek, Charisma, de jonge heks, dat ik in maart 2017 hoop te lanceren. Het e-boek is in principe klaar maar op het laatste moment ben ik toch aan het twijfelen gegaan over de keus van papieren-boekenverstrekker en dan begint een lang proces van voren af aan.

Een science-fiction die ik in de planning had is helemaal fout gegaan. Alle goede intenties ten spijt heb ik de tekst daarvoor ver weggestopt en dat wil ik voorlopig vergeten. Misschien haal ik het nog eens uit de kast maar dan moet er een hoop aan gebeuren.

Het nieuwe fantasyverhaal over de molens en de Schaduwwereld loopt daarentegen als een trein. Hopelijk komt dat dit jaar af en uit.

Aan de Engelse verhalen ben ik ook hard aan het werk, maar daarover misschien later meer op mijn Engelse blog.

Lezen

Wat heerlijk dat we kunnen lezen, en wat fijn dat er zoveel te lezen is. Met dank aan vriend Martien voor de prachtige, oude boeken van Kees van Ginneken (pseudoniem van Cornelis Johannes Maria Fens) waar ik niet alleen van geleerd heb maar ook genoten!

Ik beken dat ik de meeste boeken in het Engels lees tegenwoordig maar ik ga proberen daar wat verandering in te brengen. Er is zoveel goede Nederlandse fictie, daar moet ik meer van proeven. Op verschillende plaatsen in het land heb ik leuke gesprekken gehad met collega-schrijvers die allemaal mooie en boeiende boeken hebben geschreven. Meer daarover misschien later. Als ik meer gelezen heb.

Bijzonder

Heel bijzonder dit jaar was toch wel het helpen voorbereiden van de boekpresentatie van Evie Nielen, een jonge schrijfster uit Katwijk (hier bij Cuijk, niet aan zee).

Zonder in allerlei details te treden was dit een van de meest emotionele momenten die ik dit jaar in boekenland heb meegemaakt.

De presentatie vond plaats in bibliotheek Biblioplus van Cuijk en was geweldig druk bezocht.

Het nieuwe jaar

Wat het nieuwe jaar gaat brengen zullen we wel zien. Ik ga niet speculeren, dat gebeurt aan de beurs al genoeg, en we zien hoe dat uitpakt.

Ik wens iedereen een gezond, goed en gelukkig 2017!

Paul

Schrijven in het Nederlands

Beste lezer,

Het is voor mij nog steeds een bijzonder gevoel om in het Nederlands te schrijven. Ik had meer dan 30 boeken in het Engels op mijn naam staan voor ik voor het eerst iets in het Nederlands durfde te beginnen, en dat kwam door een vriendin die wilde leren schrijven.

Omdat voor haar Nederlands het makkelijkste was zijn we daar dus mee begonnen. Uit die tijdelijke samenwerking ontstond het allereerste begin van het boek “Gezocht: held“.

De basis die ik voor het samenwerkingsverhaal in mijn hoofd had lag er en al met al is het een goed boek geworden. Ik durf dat als schrijver rustig te zeggen, zo brutaal ben ik tenslotte wel. 🙂

En nu is daar dus het nieuwe fantasy-verhaal dat me een paar weken geleden opeens te binnen schoot. Het ‘loopt’ op dit moment als een trein, ik zit al dik over de 100 pagina’s en het is spannend aan het worden.

Wat me de laatste weken opgevallen is dat ik meer met onze taal aan het spelen ben gegaan. In het verhaal komen bijzondere en bizarre wezens uit een ‘Schaduwwereld’ aan bod, en de namen die daarvoor naar boven komen vind ik soms geweldig!

Ik moet bekennen de de Grafspin die momenteel in het verhaal voorkomt een van de mindere goden is. Die ga ik denk ik nog eens hernoemen, maar dat komt nog wel. En de Yerenieten krijgen misschien ook een andere naam, maar ook dat is van later zorg. De moderne wonderen van zoeken en vervangen zijn wat dat betreft een zegen voor de tekstmaker van vandaag.

Dit verhaal geeft me voor mijn gevoel veel meer vrijheid dan bijvoorbeeld ‘In de ban van de stier‘. In dat boek wilde ik zoveel mogelijk feiten gebruiken, dus ging er heel veel tijd in onderzoek zitten.

Voor het nieuwe fantasy-verhaal (waar ik nog geen echte titel voor heb, ik noem het voorlopig maar ‘Molens’) kan ik niet veel onderzoeken tenzij het om molens gaat. Die komen tenslotte vaak terug in het verhaal.

Het is trouwens ongelofelijk zoveel verschillende soorten molens er zijn in Nederland.

Ik ga maar weer eens aan het ‘werk’.

Tot ziens!

Nanowrimo. En verder

Beste lezer,

nanowrimo 2016_webbadge_participant-150Het is gelukt. De grens van 50.000 woorden, rond de 140 pagina’s, is bereikt en inmiddels overschreden.

Op dit moment is de officiële telling 52.690 woorden. Het verhaal is nog niet ‘af’, maar daar hoef ik geen haast mee te maken. De race is geracet.

Rond de 44.000 woorden zat ik even vast. Wat ik gepland had voor het verhaal was al allemaal verwerkt, geschreven en afgedaan. Maar ik kwam nog 6.000 woorden tekort! Het valt niet mee om even snel iets te bedenken, maar ik vind dat het wel aardig gelukt is. Nu moet ik nog iets naar het einde toe verzinnen. We zien wel waar het allemaal landt en eindigt.

 

Nanowrimo. De kop is eraf.

Nanowrimo.

nanowrimo 2016_webbadge_participant-150Het is dus officieel aan de gang, beste lezer.

Nanowrimo. De wedstrijd waarin schrijvers tegen zichzelf en de klok vechten om in één maand een boek te produceren. Het hoeft geen goed boek te zijn. Om het goed te maken is later tijd, als de correcties gemaakt kunnen worden. November is de tijd om gewoon als een gek te schrijven om al die woorden uit te kramen.

Op dit moment heb ik er ruim 3000 uitgekraamd. Dat is best veel. Per Nanowrimo-dag moet je er minstens 1667 schrijven om aan het eind van de maand aan 50.000 te komen. Ik zit dus al aardig over schema. Ik heb die buffer nodig, want er zijn een aantal dagen deze maand waarop ik niet of nauwelijks zal kunnen schrijven.

Naast die 3000 woorden heb ik ook nog 1100 woorden vertaalwerk gedaan aan ‘In de ban van de stier’. Daarmee ben ik tot het laatste hoofdstuk gevorderd; het is bijna gedaan.

Hoe ziet zo’n snelheidsgeschrijf eruit?

Zoals gezegd, als je dit doet let je niet echt op de belangrijke dingen. Schrijffouten, taalfouten, tikfouten, alles is aanwezig. Voor een kladversie is dat echter geen probleem.

Om een indruk te geven van hoe zoiets uit mijn vingers komt is hier de eerste helft van hoofdstuk 1:

Hoofdstuk 1.

Leif Rosdahl keek de jonge vrouw na die zojuist een bestelling had achtergelaten en de winkel verliet. ‘Alvar!’

‘Wat?’ Alvar Hjelle, medewerker in Leif’s supermarkt, kwam uit het magazijntje.

‘Bestelling. Voor de onderzoekers. Deze keer stuurden ze een hele mooie.’ Leif grijnsde. ‘Die mogen ze beslist nog eens sturen.’ Hij beschreef de jonge vrouw in detail.

‘En dan roep je me niet even,’ mopperde Alvar. ‘Mij laat je in het magazijn gewoon de voorraad opnemen.’ Hij zwaaide met het klembord. De pen aan het touwtje kletterde tegen de achterkant om zijn woorden kracht bij te zetten.

‘Kijk, daar gaat ze.’ Leif wees naar een zwarte auto die wegreed. Hij liep vlug naar de glazen deur die eigenlijk heel onverstandig was voor een plaatsje als Røkland. De kou van de komende winter trok er nu al doorheen. ‘Jammer hoor,’ zei hij terwijl de zwarte auto uit het zicht verdween.

‘Wat moeten ze toch met al die sinaasappelsap?’ vroeg Alvar zich af. Hij was de bestelling aan het bestuderen. ‘Elke week twintig liter.’ Dat was iets waar hij niets van snapte. De rest zag er redelijk normaal uit maar dat sap was onverklaarbaar. ‘Wanneer moeten ze het hebben?’ Hij liep ook naar de glazen deur en keek naar de lucht. Het had al een paar keer behoorlijk gesneeuwd. In het noorden van Noorwegen waren ze altijd vroeg aan de beurt. ‘Ik wil niet vast komen te zitten zoals vorige keer.’

‘Niet zeuren, je bent er toen zelf ook weer uit gekomen.’ Leif had geen tijd voor dat soort details. ‘En ze willen het morgenmiddag hebben.’

De twee mannen begonnen de bestelling vast bij elkaar te zoeken. Het merendeel was geen probleem. Er waren, zoals altijd, wel een paar buitennissige dingen bij zoals schoensmeer maar daar zou Leif nog wel voor zorgen. De leverancier voor zulke spullen was snel gebeld en die beloofde dat de bestelling de volgende morgen zou komen.

‘Ga maar vast naar huis,’ zei Leif tegen Alvar. ‘Het is toch bijna tijd en er komt geen hond meer.’

Alvar knikte. De hele dag was het druk geweest; iedereen in Røkland had zijn of haar kasten hartstikke vol zitten, dat kon niet anders. ‘Tot morgen dan.’ Hij haalde zijn jas op. ‘Hé, Leif? De verwarming in het magazijn doet het weer niet.’ De jas stond nog net niet stijf van de vorst. Er zat niets anders op dan het kledingstuk te ontdooien en dus maar even te wachten.

‘Alweer?’ Leif schudde zijn hoofd en dook onder de balie om zijn gereedschapskist te pakken.

‘Misschien toch eens een monteur laten komen?’ Alvar was dit gedoe onderhand zat.

‘Weet je wat dat kost?’

Leif’s standaard antwoord verbaasde Alvar niet. Hij duwde zijn jas wat steviger tegen de verwarming aan zodat hij snel naar huis kon.

##

‘Hallo, lieverd,’ zei Alvar toen hij binnenkwam. Zijn vrouw Karin was al in het kleine keukentje bezig met het eten.

‘Je bent laat.’

Hij snoof de geur op die hem tegemoet kwam. ‘Ruikt goed bij je.’ Hij liep de keuken in en gaf haar een snelle kus op de wang. Karin wilde niet gestoord worden bij het koken; dat was haar grote hobby.

‘Je bent koud,’ reageerde ze.

‘Weet ik. Ik moest mijn jas weer ontdooien en het vriest buiten.’

Karin keek even over haar schouder. ‘Het vriest al de hele week.’

Alvar begon de tafel te dekken en vertelde zijn vrouw dat hij de volgende dag weer naar het onderzoeksteam moest. ‘Ik snap niet wat die daar doen. Altijd als ik er kom is hun kamp verlaten.’

‘Ze zijn aan het onderzoeken,’ zei Karin. ‘En dat kunnen ze niet als ze binnen zitten te kaarten. Dat snap ik zelfs.’

‘Maar wat willen ze in hemelsnaam onderzoeken? Ze zitten daar midden in het meest verlaten stuk land. Niets dan ijs en sneeuw, en soms komt er een ijsbeer op de koffie.’

Karin zuchtte. Dit gesprek hadden ze altijd, de dag voordat hij daar moest leveren. ‘Rotsen, weet je nog wel? Er zijn ook rotsen. Met ersten en mineralen. Waardevol spul. Aan de kant.’ Snel zette ze de pan op tafel en liep terug voor de volgende. ‘Dat moeten ze dan eerst onderzoeken.’

Alvar knikte. ‘Hoe was jouw dag?’

Karin vertelde over het schooltje waar ze werkte. ‘Twee ziek, en wilde Nils heeft vandaag zijn been gebroken. Het was glad buiten en hij keek weer eens niet uit.’

‘Je zou ze moeten leren hoe ze ijs van de binnenplaats moeten krabben,’ zei Alvar met een grijns. ‘Dan zijn ze bezig en kan Nils niets meer breken.’

Karin keek hem aan en grinnikte terug. ‘Nils kan *altijd* wat breken. Ik weet niet wat zijn ouders hebben gedaan toen ze hem maakten en ik wil het niet weten. Gaan we vanavond nog naar mijn ouders?’ Ze hadden dat wel een beetje afgesproken. Karin’s ouders woonden niet zo ver weg.

‘Het is wel koud…’

‘Zeikerd. We gaan.’

Vreemde namen, Alvar en Leif. Dat klopt. Het verhaal speelt zich voor een deel in Noorwegen af. Ook op andere plaatsen maar ik zeg niet welke dat zijn; dan is de spanning er vanaf.

Tot zover dit eerste kijkje in mijn Nanowrimo-keuken!

De vertalingen vliegen me om de oren

Beste lezer,

Het is lang stil geweest hier, dat klopt. Er was niet veel te melden dus waarom zou ik hier allerlei verhalen neerzetten terwijl ik beter verhalen kan schrijven? Nou, dat gebeurt dus, en in volle hevigheid.

In de ban van de stierOm te beginnen ben ik bezig met het Cuijks Verhaal, ‘In de ban van de stier‘, in het Engels te vertalen. Dat is een aardige klus maar wel een heel leuke. Het geeft me de kans om het hele verhaal nog eens op mijn gemak door te nemen en het hele avontuur opnieuw te beleven.

Het vertalen gaat niet snel. Ik probeer zo goed mogelijk de sfeer van het verhaal vast te houden en ik merk dat dat in een andere taal toch lastiger is dan mijn moedertaal. En dat is dan weer opvallend omdat ik veel meer boeken heb geschreven in het Engels dan in het Nederlands. Het bloed van je moedertaal kruipt dan duidelijk toch waar het niet gaan kan, en dat is goed. Het Nederlands is tenslotte een mooie en rijke taal, iets waar we trots op mogen zijn.

Charisma EngelsNaast het vertalen van ‘de ban’ in het Engels ben ik aan een ander mooi project begonnen. Een hele tijd geleden heb ik een Engels kinderboek geschreven en dat ben ik nu in het Nederlands aan het herschrijven.

Het boek gaat over het jongere zusje van Hilda de brutale heks. Het zusje heet Charisma en ze beleeft een spannend avontuur samen met haar vriendjes Kwinsie en Barnie. De reacties die ik van mijn persoonlijke expert op het gebied van kinderboeken krijg zijn erg positief, en dat geeft de schrijvende burger moed. De afbeelding hier rechts is van het Engelse boek, de Nederlandse versie komt er waarschijnlijk helemaal anders uit te zien. De vertaling van dit boek is bijna halverwege, en meer vertel ik er niet van!

Naast deze twee mooie boeken (uiteraard vind ik ze mooi) heb ik nog diverse andere dingen onder handen maar die zijn  voor een andere keer.

Paul

 

Taalstrijd

Beste lezer,

engels nederlandsZoals u mogelijk weet schrijf ik in twee talen. Engels en Nederlands. Meestal niet tegelijkertijd, maar soms gebeurt dat. Nu (en ik bedoel niet nu op dit moment, maar de laatste tijd en nog steeds) doe ik dat dus. Ik schrijf in het Engels en in het Nederlands tegelijk. Dat komt door het vervolg op ‘Gezocht: held‘. Ja, er komt een vervolg. Ik heb de basistekst hiervoor vorig jaar geschreven, in November. De maand van Nanowrimo. En nu schrijf ik die tekst opnieuw in het Nederlands. En nee, het is niet vertalen. Het is echt de tekst opnieuwe schrijven, vanwege de verschillen tussen de twee talen.

Woordgrappen, dubbele betekenissen, uitdrukking, dat zijn allemaal taalonderdelen die je niet zomaar even vertaalt. Je schrijft ze echt opnieuw. Dit betekent ook dat ik veel Engelse tekst ook opnieuw schrijf.

Vraag van een denkbeeldige lezer: hoe zit dat dan? Je had dat Engels toch al geschreven?

Antwoord van de schrijver: ja, dat klopt. Ik schreef eerst het Engels. Dan schrijf ik dezelfde zin of alinea in het Nederlands waardoor ik moet nadenken over de structuur van die zin om de woorden in de Nederlands grammatica, spelling en stijl te krijgen. Soms pakt die zin beter uit dan zijn Engelse origineel waardoor ik die dan ook weer aanpas om ‘m beter te maken. En voila (dat is Frans en betekent kijk daar, nu we toch in de talen zitten), het Engels is herschreven.

Dit blijkt een geweldige manier te zijn om een verhaal in het Nederlands om te schrijven. Ik denk na over het Engels origineel en daardoor kan ik beide versies een paar keer veranderen voordat het precies goed is. Dat neemt nogal wat tijd in beslag, maar uiteindelijk is het resultaat er ook naar.

 

Druk bezig en er lijkt niets te gebeuren

Beste lezer,

Welkom bij dit berichtje waarin niet veel lijkt te gebeuren. De basis van het nieuwe boek, “In de ban van de stier”, is geschreven, bewerkt en bij de controleur geweest. De voorgestelde wijzigingen ben ik nu hoofdstuk na hoofdstuk aan het controleren. Daar waar ik het ermee eens ben (en dat is best vaak) neem ik de wijziging over. Soms staat er een opmerking bij de tekst. Dat zijn de momenten waar iets meer gebeurt, want dan ga ik de hele alinea, en soms ook de aangrenzende gebieden, nog eens bekijken of daar iets radicaal moet veranderen. Dan worden zinnen omgegooid, woorden verwijderd, punten en komma’s verplaatst. En dan opeens is het goed.

Met 35 hoofdstukken is dat best veel werk, terwijl de basis van het boek moet blijven staan. Er lijkt dus niets te gebeuren, maar onder water gebeuren nog aardig wat verschuivingen door deze bewerking. Het is een absolute noodzaak, want iedereen die schrijft maakt wel eens een foutje. Schrijvers schrijven veel. Verder zeg ik daar dus maar niets over.

Ik ben nog steeds in de ban van de stier. Hopelijk zijn meer mensen dat als het boek eenmaal in de winkel ligt!

IkmetStierSmall
Foto: Tom Oosthout

 

Woorden, zinnen, hoofdstukken

Beste lezer,

Hier is weer wat nieuws over mijn schrijverige activiteiten. Het verhaal waarin Cuijk een hoofdrol speelt groeit gestaag. De snelheid waarmee de woorden uit mijn vingers rollen grenst aan het schrikbarende. Op dit moment ben ik iets meer dan 2 weken bezig en het aantal woorden is gegroeid naar 28.000. Dit staat ongeveer gelijk aan bijna 80 pagina’s tekst voor een gewone paperback.

cuijklibrary Zaterdag 8 augustus ben ik een paar uur in de bibliotheek van Cuijk gaan zitten om daar te schrijven. Praktisch in het midden van mijn verhaal zogezegd, want ik woon zelf nogal aan de buitenkant.  😉

Ik ga dat beslist vaker doen want Biblioplus is een heel gezellige en prettige plek om te zijn en zeg nou zelf: waar is een schrijver beter op zijn plek dan omringd door boeken?

Een nieuwe impuls.

Beste lezer,
Ik liep al meer dan een half jaar rond met het idee om een verhaal te schrijven met mijn woonplaats Cuijk als ‘toneel’. Verder als rondlopen kwam ik niet want het is niet eenvoudig om iets pakkends te bedenken over een kleine plaats die niet groot op de wereldkaart staat. Toch is het gelukt. Ik heb een idee, een begin en een eind van het verhaal en ook een aantal ‘stations’ die ik aan wil gaan doen als het verhaal groeit.
Veel kan en wil ik er nog niet van vertellen, maar ik wil wel kwijt dat het boegbeeld van Cuijk, de ‘stier’, hier een rol in gaat spelen.
PaulStier
Zo gauw ik meer te melden heb zal ik dat uiteraard doen.