Het einde van een Nederlandse Nanowrimo-maand

En dan is het niet meer November, beste lezer. Het is snel gegaan, die afgelopen maand.

Ik was met de beste bedoelingen begonnen. Zo voorbereid als ik nog niet eerder ben geweest. Een idee, een verhaal en een reisplan voor het hele gebeuren.

Volgens mij is het reisplan het onderdeel wat me opgebroken is. Ik werk nooit vanuit zo’n ding en deze keer had ik er een.

Reisplan

In zo’n reisplan staat alles uitgewerkt waar je als schrijver aan wilt denken. Waar begint het, wat gebeurt er daarna, wat gebeurt er daarna, en dat herhaalt zich een groot aantal keren tot het einde opeens voor de deur staat en er niets meer hoeft te gebeuren.

De ellende begon al in de eerste helft van het tweede hoofdstuk. De hoofdfiguur die ik zo mooi in elkaar had gezet, tot en met vrouw, geen kinderen maar nog wel ouders, had er geen zin in. Het verhaal wilde hem dingen laten doen die niet gebeurden. Dan zit je als schrijver wel mooi te kijken want op dat moment gaat het vakkundig gebouwde kaartenhuis onderuit en zit je dus met de gevallen kaarten. Dus iets nieuws bedacht, even snel een nieuw hoofdpersoon erbij gehaald en verder. Jammer, het reisplan past niet bij de nieuw hoofdpersoon. Op zo’n moment hoor je in je achterhoofd de originele hoofdpersoon heel hard lachen. De verrader.

Met meer en meer moeite ging het verhaal verder maar het dwaalde steeds verder van het reisplan af, en na 40.000 woorden was het doel bereikt. Dat van het plan dus, niet dat van Nanowrimo. Ik kwam nog 10.000 woorden tekort. Weer iets nieuws bedacht en uiteindelijk geëindigd met iets meer dan 60.000 woorden. Da’s mooi, hoor ik je al zeggen. Tja. Maar ik zit nu met 60.000 woorden die bij elkaar geen verhaal meer maken.

Op dit moment voelt het een beetje als het bureau van de meneer hier links. Er is van alles en ligt van alles maar het past voor geen centimeter bij elkaar. En het staat op het punt om te vallen als je er te hard naar kijkt.

Voorlopig gaat dit samenraapsel van woorden in een doos in een kast achter een deur met een slot. Misschien, als het genoeg tijd krijgt om te gisten, komt er nog eens iets uit wat het daglicht kan verdragen. Nu echter even niet.

Voorlopig ga ik verder met het vertalen van het vervolg op “Gezocht: held“, mijn tot nu toe beste Nederlandse science-fictionverhaal.

Een ding is zeker. Zo’n reisplan maak ik nooit meer. Ik schrijf liever echte verhalen.

🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *