Zonnewereld.

Zonnewereld, Schaduwwereld

Zonnewereld. De nieuwe fantasy.

Het gaat goed vooruit met de correcties. Inmiddels ben ik gebied tot nog maar 5 hoofdstukken om te bewerken.

Omdat ik dit van achteren naar voren doe wordt het wel steeds meer werk, dus gaat het steeds langzamer.

Hoe kan dat?

Toen ik aan dit verhaal begon had ik maar een oppervlakkig is wat er zou gebeuren. Naarmate het verhaal groeide, groeiden ook de spelers, kregen ze meer diepte. Dat is wat het begin mist en dat ben ik er nu in aan het brengen.

Op die manier ontdek ik ook steeds meer ‘foutjes’ in de oorspronkelijke personen, eigenschappen en trekjes die zich in de loop van het schrijven pas openbaarden en dat moet dus allemaal aangepast worden “aan de latere feiten”, zogezegd. Het is veel werk maar het is ontzettend de moeite waard. Het boek wordt daardoor telkens beter.

Het duurt nog wel even voor het boek helemaal klaar is, ik moet nog een hoop aan de tekst doen – en ook aan de omslag. Het idee daarvoor ligt er maar het echte maken is ook weer een hoop werk. Maar dat komt goed.

Ogen van Gerda

Komt dat zien!

Een nieuw bericht. Een nieuw verhaal. Ik leer het ook nooit.

Wat? Een nieuw verhaal?

In het hoofdJa. Ik beken het maar meteen… ik kan het niet laten. Het zat al een hele tijd in mijn hoofd – en krijg het er dan maar eens uit!

De enige manier is… om het op te gaan schrijven. En dat terwijl “Zonnewereld” nog niet eens klaar is.

Fantasie over een fantasy.

Sinds een hele tijd heb ik een fantasy-serie in mijn hoofd. Iets totaal anders dan Hilda of In de ban van de stier. Soms heb ik zoiets. (Of soms niet, ligt er maar aan hoe je het bekijkt.)

Ik heb een hele tijd tegen dat verhaal aan zitten hikken omdat ik wel wist wat ik wilde maar niet hoe ik het aan moest pakken. Tot ik vorige week een wandelingetje ging maken en ‘het’ opeens had. Nou, dan weet je het wel. Dan is er geen houden meer aan. De eerste woorden staan al. Wil je weten welke woorden dat zijn?

“Waarom hier? Kan onze zoektocht niet op een prettiger plaats beginnen?” vroeg Gerren La. De mannelijke Pallinaar richtte zich in zijn volle lengte op en voelde zijn gewrichten op hun plek schieten.

Dat  zijn dus de eerste woorden. Ik heb er al wat meer maar die blijven voorlopig geheim, tenzij je bij de ingewijden hoort.

Top secret

Weet je ze nog niet? Nou, dan ken je je plaats, hè? 😉

Ik hoop dat dit een leuke maar vooral boeiende en spannende serie wordt. Leuk is hier echt ondergeschikt. Voor leuk heb ik Hilda. 🙂

Oké, een tipje van de veelzijdige sluier licht ik op. Er is nog een Pallinaar. En daar doen jullie het maar mee voorlopig…

Paul

Weet je nog? Dat molenverhaal?

Het begin van het molenverhaal.

Ik heb het opgezocht. Het was half december 2016. Ik moesteven naar onze lokale molen voor meel, om brood te bakken.

Toen ik naar buiten liep had ik zo’n half idee van ‘het zou best leuk zijn om eens een verhaal met molens te schrijven’.

Op de fiets naar huis (en dat duurt niet lang) kwamen er allerlei ideeën los en die middag ben ik gaan schrijven.

Vier maanden later.

spookje
Hoe gaat het boek heten?

Vier maanden en een paar weken later is het verhaal al in de redactiemodus. Domme zinnen ontdommen, tikfouten verbeteren en hopen dat al die acties geen nieuwe tikfouten introduceren. Een kennis heeft intussen hoofdstuk na ruw hoofdstuk meegelezen en feedback gestuurd over wat wel en niet klopte. Dat is een heel belangrijke fase in het schrijven van een boek.

Gedurende al die activiteiten was er een spookje dat maar boven mijn hoofd bleef hangen. Dat fluisterde constant: “Hoe gaat het boek heten?”

Het is een hele tijd gelukt om dat fladdergeval aan de kant te duwen, want het boek was tenslotte nog lang niet klaar. Nu wordt dat onderdeel van het project wel spannend. Redactiemodus betekent dat het verhaal een heel eind klaar is. Er moet iets met een omslag gebeuren en wat staat er op een omslag? Juist. Een titel. Dan wordt het toch langzaamaan tijd om daar iets voor te bedenken.

Werelden.

In het verhaal zijn verschillende werelden. De bijzondere die ik hier introduceer is de Schaduwwereld. Nou, dat is dan makkelijk. Het boek heet ‘Schaduwwereld’, wat doe je dan moeilijk?

Nou, kijk… er is al een boek dat zo heet. Nou is dat een boek in een heel ander genre dus is dat het punt niet, maar een voortvarende schrijver ergens anders in de wereld heeft een fantasyserie genaamd ‘Schaduwwereld’ geschreven. Tja, dan is het toch even vervelend. Men moet niet gaan denken dat ik een soort aanhangsel heb geschreven, of zelfs plagiaat heb gepleegd.

Gelukkig is er in het verhaal nog een wereld te vinden: de Zonnewereld. En bij een bezoek een een vriendin/collega-schrijfster kwam opeens, na een beetje brainstormen, de perfecte titel tevoorschijn.

Zonnewereld, Schaduwwereld.

Schaduwwereld

Zoiets dus, maar dan anders. Hoe het eruit gaat zien dat is nog een verrassing. (Ook voor mij. Troost je dus en anders kom je maar een zakdoekje halen.)

Ik ben blij dat die kogel door de spreekwoordelijke kerk is. Een titel is belangrijk voor een boek en die moet dan ook nog aanspreken en bij het verhaal passen. Op dat punt ben ik dus nu aangeland. 🙂

Fijne dag, ik ga verder met redigeren! Ik zie je wel bij de molen.

Paul

Gezocht: even rust

Beste lezer,

Het is dan eindelijk gedaan en gelukt. Het vervolg op “Gezocht: held” is vertaald in het Nederlands. Het was een hele wedstrijd om een vervolg te schrijven – iets waar ik eigenlijk helemaal niet op had gerekend – en nu is het “klaar”. In twee talen nog wel.

Ik heb de titel voor het nieuwe boek al een paar keer rondgestrooid dus dat is geen verrassing meer: “Gezocht: avonturier” (“Wanted: adventurer” in het Engels).

Het verhaal moet nu even ‘afkoelen’. Even laten liggen zodat ik het daarna opnieuw kan bekijken en de grove fouten eruit kan halen. Daarna gaat het naar een proeflezer die zich mag uitsloven om de stommiteiten eruit te halen.

Wat een onderneming, dat boek, en wat een verrassingen. En het zou nog kunnen zijn dat hier een derde deel achteraan komt, maar dat heb ik niet hardop neergeschreven. Iedereen die zegt dat ik dat heb gezegd zegt maar wat, afgesproken?

Mooi!

Schrijven in het Nederlands

Beste lezer,

Het is voor mij nog steeds een bijzonder gevoel om in het Nederlands te schrijven. Ik had meer dan 30 boeken in het Engels op mijn naam staan voor ik voor het eerst iets in het Nederlands durfde te beginnen, en dat kwam door een vriendin die wilde leren schrijven.

Omdat voor haar Nederlands het makkelijkste was zijn we daar dus mee begonnen. Uit die tijdelijke samenwerking ontstond het allereerste begin van het boek “Gezocht: held“.

De basis die ik voor het samenwerkingsverhaal in mijn hoofd had lag er en al met al is het een goed boek geworden. Ik durf dat als schrijver rustig te zeggen, zo brutaal ben ik tenslotte wel. 🙂

En nu is daar dus het nieuwe fantasy-verhaal dat me een paar weken geleden opeens te binnen schoot. Het ‘loopt’ op dit moment als een trein, ik zit al dik over de 100 pagina’s en het is spannend aan het worden.

Wat me de laatste weken opgevallen is dat ik meer met onze taal aan het spelen ben gegaan. In het verhaal komen bijzondere en bizarre wezens uit een ‘Schaduwwereld’ aan bod, en de namen die daarvoor naar boven komen vind ik soms geweldig!

Ik moet bekennen de de Grafspin die momenteel in het verhaal voorkomt een van de mindere goden is. Die ga ik denk ik nog eens hernoemen, maar dat komt nog wel. En de Yerenieten krijgen misschien ook een andere naam, maar ook dat is van later zorg. De moderne wonderen van zoeken en vervangen zijn wat dat betreft een zegen voor de tekstmaker van vandaag.

Dit verhaal geeft me voor mijn gevoel veel meer vrijheid dan bijvoorbeeld ‘In de ban van de stier‘. In dat boek wilde ik zoveel mogelijk feiten gebruiken, dus ging er heel veel tijd in onderzoek zitten.

Voor het nieuwe fantasy-verhaal (waar ik nog geen echte titel voor heb, ik noem het voorlopig maar ‘Molens’) kan ik niet veel onderzoeken tenzij het om molens gaat. Die komen tenslotte vaak terug in het verhaal.

Het is trouwens ongelofelijk zoveel verschillende soorten molens er zijn in Nederland.

Ik ga maar weer eens aan het ‘werk’.

Tot ziens!

Opsporing verzocht

Tja, beste lezer,

Zo zit je rustig een verhaal te schrijven en dan ben je opeens twee personages kwijt!

Een van de verdwenen personen is een lid van het team waar het boek om draait. Het andere personage is iemand die pas een paar bladzijden geleden in het verhaal kwam en die nog geen twintig woorden heeft gezegd. Nou is dat wel een beetje mijn schuld maar ja, ze moest bij die ander passen die ook moest verdwijnen. Zo werkt schrijven nou eenmaal.

Oh, nu weet iedereen dat er een nog vrouw in het spel is gekomen. Het is een spannende vrouw hoor, geloof mij maar.

Mochten jullie dus een juffrouw genaamd Lizette zien (grote bril, slobbertrui en een zwarte broek) laat haar dan weten dat ik haar zoek. Of binnenkort kom redden. Of zoiets. Als ik uitgedokterd heb waar ze uithangt uiteraard.

 

De molen draait steeds sneller.

Beste lezer,

Vorige week had ik het over een nieuw verhaal. Een verhaal waarin molens een belangrijke rol gaan spelen. Op het moment dat ik dat neerschreef had ik niet veel idee wat voor rol dat zou worden.

Daar komt nu beeld in. De personen in het verhaal beginnen te leven, krijgen een achtergrond en een eigen identiteit. Een van de personen is een heel intrigerende, ik ben benieuwd wat iedereen daarvan gaat vinden. Het is er in elk geval een die niet van deze wereld is!

Hier links, zoals iedereen ongetwijfeld herkend heeft, staat een oude foto van een molen die inmiddels de weg naar mijn verhaal heeft gevonden. Het is de, op dit moment, enige molen die nog in Dordrecht staat.

Voor de balans zet ik er nog maar een molen bij, al is die nog niet aan de beurt geweest in het verhaal. Of deze specifieke molen (Molen de Lelie, die staat in Zeeland) ook in het verhaal voor gaat komen weet ik nog niet. Het zou kunnen maar we hebben in Nederland zoveel molens om uit te kiezen…

Ik ga het meemaken in de loop van het verhaal, en uiteindelijk wordt iedereen uitgenodigd om ‘molenaarsleerling’ te worden! Of met molentjes te gaan lopen…

Een nieuwe maand, een nieuwe verhaal.

Beste lezer,

In de ban van de stierEen nieuwe verhaal

Dit is geen waarschuwing. Ik ben echt niet van plan om elke maand een nieuw verhaal te schrijven. Nou ja, misschien ooit, als ik niet meer hoef te werken. Voorlopig zit dat er niet in, tenzij iemand opeens het briljante idee krijgt om “In de ban van de stier” te verfilmen en ik binnenloop met de opbrengsten.

Afgelopen maand heb ik een aantal brokken tekst geproduceerd die in het begin bedoeld waren een verhaal te vormen. Dat is perfect mislukt. Ik had van alles in de planning, zaken uitgezocht, noem maar op, en die tijd had ik me kunnen besparen. Dat werkt voor mij niet.

Waarom dan toch geprobeerd?

Waarom heb ik dat dan geprobeerd, vraag je je waarschijnlijk af. Dat komt omdat ik steeds meer schrijvers leer kennen bij wie het wel werkt en ik ben dan iemand die denkt: als zij dat kunnen dan kan ik dat ook.

Nou, mooi niet dus. Ik kan dat niet. Ik geef het toe en ik ga het denk ik ook nooit meer proberen. Denk ik. 🙂

Sinds een paar dagen zweeft er een iets in mijn hoofd rond. Dat soort ietsen is erg gevaarlijk want dat betekent vaak dat er een verhaal aan het uitkomen is, alsof er een zaadje genoeg van heeft om daar stil een paar rondjes te kiemen. Het zou zomaar kunnen dat het buitenaardse ras dat ik bedacht heb voor november in dat verhaal terecht komt. Maar misschien ook niet. Daar leg ik me niet op vast want dat is plannen en, zoals we hebben gezien, kan ik dat dus niet.

Wat ik wel kan is driftig aan het schrijven gaan. En dat is dus gebeurd. Het begin wat ik heb ziet er zo uit:

windmolen uden
Windmolen in Uden, N.Br.

Hoofdstuk 1. De molen.

“Hou maar op. Dat is genoeg.” Gerda keek Mischa aan die te enthousiast bezig was zichzelf met pas gemalen meel te bestrooien. “Je moet dat er straks toch weer afwassen.”

Yigit grinnikte. “Hij heeft meer nodig met z’n bleke kop. Anders zie je het niet.”

Mischa gooide driftig een handvol meel naar de Turkse man van zijn team. “Bek houden. Het was heftig vannacht, ik ben hartstikke kapot.” Hij klonk geïrriteerd. “Waar zijn Ashna en Rob?” Een explosieve nies ontsnapte aan Mischa. Hij had toch teveel meel gebruikt.

Gerda haalde haar schouders op. “Misschien moeten ze een omweg nemen. De afspraak was om niet op elkaar te wachten dus vertrekken we nu.” Ze liep naar de deur en tikte de code in. Het slot klikte. “Komen jullie nog?”

 

Voor er vragen komen: Yigit is een Turkse voornaam en Ashna een Surinaams/Hindoestaanse. Inderdaad, dit gaat iets worden waarin meerdere culturen samen een opdracht te verwerken hebben. Hoeveel er nog bij komen weet ik niet. Daarvan staat niets in de planning!

En dat van november dan?

Zullen we het daar niet meer over hebben?

Goed zo. Fijne dag!

Het einde van een Nederlandse Nanowrimo-maand

En dan is het niet meer November, beste lezer. Het is snel gegaan, die afgelopen maand.

Ik was met de beste bedoelingen begonnen. Zo voorbereid als ik nog niet eerder ben geweest. Een idee, een verhaal en een reisplan voor het hele gebeuren.

Volgens mij is het reisplan het onderdeel wat me opgebroken is. Ik werk nooit vanuit zo’n ding en deze keer had ik er een.

Reisplan

In zo’n reisplan staat alles uitgewerkt waar je als schrijver aan wilt denken. Waar begint het, wat gebeurt er daarna, wat gebeurt er daarna, en dat herhaalt zich een groot aantal keren tot het einde opeens voor de deur staat en er niets meer hoeft te gebeuren.

De ellende begon al in de eerste helft van het tweede hoofdstuk. De hoofdfiguur die ik zo mooi in elkaar had gezet, tot en met vrouw, geen kinderen maar nog wel ouders, had er geen zin in. Het verhaal wilde hem dingen laten doen die niet gebeurden. Dan zit je als schrijver wel mooi te kijken want op dat moment gaat het vakkundig gebouwde kaartenhuis onderuit en zit je dus met de gevallen kaarten. Dus iets nieuws bedacht, even snel een nieuw hoofdpersoon erbij gehaald en verder. Jammer, het reisplan past niet bij de nieuw hoofdpersoon. Op zo’n moment hoor je in je achterhoofd de originele hoofdpersoon heel hard lachen. De verrader.

Met meer en meer moeite ging het verhaal verder maar het dwaalde steeds verder van het reisplan af, en na 40.000 woorden was het doel bereikt. Dat van het plan dus, niet dat van Nanowrimo. Ik kwam nog 10.000 woorden tekort. Weer iets nieuws bedacht en uiteindelijk geëindigd met iets meer dan 60.000 woorden. Da’s mooi, hoor ik je al zeggen. Tja. Maar ik zit nu met 60.000 woorden die bij elkaar geen verhaal meer maken.

Op dit moment voelt het een beetje als het bureau van de meneer hier links. Er is van alles en ligt van alles maar het past voor geen centimeter bij elkaar. En het staat op het punt om te vallen als je er te hard naar kijkt.

Voorlopig gaat dit samenraapsel van woorden in een doos in een kast achter een deur met een slot. Misschien, als het genoeg tijd krijgt om te gisten, komt er nog eens iets uit wat het daglicht kan verdragen. Nu echter even niet.

Voorlopig ga ik verder met het vertalen van het vervolg op “Gezocht: held“, mijn tot nu toe beste Nederlandse science-fictionverhaal.

Een ding is zeker. Zo’n reisplan maak ik nooit meer. Ik schrijf liever echte verhalen.

🙂

Voortgang

nanowrimo 2016_webbadge_participant-150Beste lezer,

Het gevecht met het toetsenbord om de 50.000 woorden te halen is al een paar dagen geleden gewonnen. Dat betekent niet dat het allemaal gedaan is. Het verhaal is namelijk nog niet af. November is ook nog niet voorbij, dus dat helpt.

Gelukkig is het niet verboden om na November nog aan het verhaal te werken. De grens is minimaal 50.000 woorden. Op dit moment zit ik ruim boven de 56.000 woorden, zo’n 157 pagina’s.

Het verhaal is een nieuwe fase ingegaan, een waarvan ik niet verwacht had die mee te maken. Hopelijk wordt het een mooie fase, al weet ik nu al dat er nog meer dingen kapot gaan. Nog meer? Ja. Jammer genoeg wel. Om het verhaal vlot te trekken na een probleempje moest ik een deel van een ruimtestation opblazen. Soms ontkom je daar als schrijver niet aan; dan moet je even wat gekke dingen doen…

Misschien gooi ik er voor eind November nog een update uit, en anders komt op 30 November de laatste post over Nanowrimo. Maar misschien nog niet de laatste over dit verhaal…

Paul